Arno Vermeulen

Hallo, ik ben Arno Vermeulen en op het moment dat ik dit schrijf 71 jaar. Geboren 19 juni 1952 te Utrecht en in 1960 met mijn ouders en 3 zussen (in een Morris Minor!) naar Silvolde gekomen (mijn zus Jolande is later in Silvolde geboren).

En komend van Utrecht was je een ‘stadse’ of ook ‘import’. Als kleine jongen maal je daar nog niet veel om, maar mijn ouders hebben daar toch in het begin wel last van gehad.

We zijn gaan wonen op Markt 5, waar mijn ouders het cafe van Wensink hadden overgenomen, met het idee dat er in een gezellig dorp als Silvolde nooit een cafe te veel zou zijn……

Ze zijn vol enthousiasme aan de slag gegaan en verbouwden het toch wat verouderde cafe, wat later  het “Cosy Corner” zou gaan heten. Het werd ook het eerste pension in de buurt voor de eerste lichting Spaanse gastarbeiders, waarvoor mijn vader nog voor het Spaans bij Wim ter Steeg in de leer ging.

Uiteindelijk hebben ze na acht jaar besloten te stoppen en ging Pa (Wim) bij Hendre aan de Ulftseweg aan de slag, en Ma (Nel) bij accountantskantoor Mullink aan de Terborgseweg.

Beiden zijn alsnog goed geïntegreerd in het dorpsleven, bij de ‘Foekepot’, de Kegelclub en de harmonie St Radboud.

Omdat wij in de vakantie van 1960 in Silvolde aankwamen en allemaal geelzucht bleken te hebben moesten we nog enige tijd uitzieken en kwam ik pas na 4 weken in het nieuwe schooljaar in klas 3 bij Juf Stijntjes. Ik herinner me nog de wandeling over het schoolplein die eerste dag, aan de hand van mijn moeder en alle ogen op ons gericht.

Ik werd achterin de klas gezet, kort voorgesteld aan de klasgenoten en niet veel later kreeg ik de beurt.

Nou was het zo dat we in Utrecht een pleegzoon hadden die uit de Achterhoek kwam en die mij een aantal Achterhoekse woorden en termen had geleerd en ook de uitspraak kreeg daarbij aandacht.

Dus ik wilde meteen de blits maken in de klas door te laten zien dat ik Achterhoeks kon praten.

De som die op het bord stond 88+11=…..99.

Ik gooide er met mijn beste accent in “achentachentug plus elf is nee~enneentug” .


Arno, juffrouw Stijntjes en meester Koolenbrander (overleden 2023) 

De klas barstte in luid gelach uit en Juf Stijntjes wees me er fijntjes op dat in de klas alleen Nederlands gesproken werd…..

Het was een fijne Juf, nog heel jong, en ik meen te weten dat menigeen in stilte verliefd was op de Juf.
Arno, Ada en Theo 3e reünie bij de Buurman.

Ik klas 4 en 5 hadden we Meester Theo Koolenbrander, die in 2023 is overleden, maar een goede leraar, die discipline eiste van de klas. Hij kwam geloof ik, net uit dienst en dat zagen we vooral tijdens de gymles, die altijd begon met uitgebreid rekken en strekken, grondoefeningen en pas daarna leuker werd met blokjesvoetbal. Hans van Stigt heeft uitgebreid geschreven over het ‘borstels gooien’ en ‘paardenrennen’.

Zangles kregen we ook, dat had ik volgens mij nog nooit gehad , maar de Meester stond als een volwaardig dirigent voor de klas gewapend met een echte stemvork, want het moest wel klinken.

Leuk dat we dit nog hebben kunnen memoreren tijdens de laatste 2 reünies die we hebben gehad met de groep van 1963-1964, en waarbij Theo Koolenbrander ook aanwezig was.

Meester Egberts in klas 6 was een strenge man, die met harde hand regeerde in de klas.

Maar ook voor de betere leerlingen extra lessen inplande na schooltijd ter voorbereiding op de HBS of Gymnasium. We kregen extra geschiedenis en aardrijkskunde, wiskunde en Frans en Engels. Ook de “ULO voorbereiding” op zaterdagochtend bij Meester Hoes (Frans) en Mulder (wiskunde) herinner ik me nog. En dat was ook nog extra leuk omdat we voor het eerst Meisjes in de klas hadden.  Die zagen we normaal alleen maar voorbij het hek lopen (onder luid gejoel…) als ze naar onze gymzaal kwamen om daar les te krijgen.

Elke vrijdag begon de dag met een schoolmis. Dan zaten de jongens en meisjes in de kerkbanken netjes gescheiden door het middenpad. In die tijd moest je ook nuchter zijn om de Communie te mogen halen. Dat was voor menigeen niet te doen. Je hoorde dan ook geregeld een bonk en was er weer iemand flauw gevallen.

De zanglessen van Koolenbrander hadden geholpen. Ik mocht meezingen in het Jongenskoor dat de mis mocht opleuken. Met onze sopranen galmden de plechtige liederen (‘de Heer is mijn Herder.. aan niets zal het mij ontbreken…’ enz) door de gigantische kerk.

Buiten school zijn me vooral bijgebleven:

-De periode van de ‘Nozems’, die op hun Zundapps en Kreidlers, voorzien van vossenstaarten,  door het dorp scheurden. Vaak Duitse jongens (‘Aja’ heette er een) die de hoog getoupeerde ‘Silvoldse Schonen’ oppikten bij Cafetaria Wolters, waar de rock en roll muziek uit de jukebox denderde,  en achterop hun buikschuiver naar de Paasberg voerden om daar van alles te doen wat wij niet mochten zien, maar wel over fantaseerden..!

-Daarmee in schril contrast, de strikte scheiding tussen protestanten en katholieken in het dorp. Alles was verzuild, de muziekvereniging, de gymnastiekverenigingen, ja zelfs de kinderen uit de buurt speelden niet altijd met elkaar als ze van geloof verschilden.

Gelukkig was er ook een openbare gymvereniging “Eendracht” daar was ik bij. We hadden van die concoursen waarbij je het opnam tegen andere dorpen in hoogspringen, hardlopen, synchroon bewegen voor de meisjes, en marcheren op muziek. Niet meer voor te stellen nu.

Na de lagere school ben ik naar een Gymnasium in Mook gegaan, een internaat, omdat mijn ouders het druk hadden met de zaak en ik daar een goede begeleiding zou krijgen. Dat is wel gelukt, maar je vrienden in Silvolde zag je niet vaak meer. Dat vond ik wel lastig.

Daarna ben ik Scheikunde gaan studeren in Utrecht, verhuisd naar Cuijk en in de Radboud in Nijmegen gaan werken aan een vaccin tegen malaria. Verder heb ik 22 jaar gewerkt in Boxmeer bij Intervet, een diergeneesmiddelenfabrikant, waar ik hoofd van de Parasitologische Research werd. 12 jaar was ik Honorary Professor aan de University of Glasgow.

De laatste 7 jaar van mijn carrière heb ik in Utrecht een consortium geleid op het gebied van ‘One Health”, ziekten die van dieren naar mensen kunnen overspringen, zoals griep of corona.

Ik ben getrouwd met mijn jeugdliefde uit Silvolde en we hebben samen 4 kinderen en 4 kleinkinderen. Wonen heel gelukkig in Cuijk (Noord Brabant). Maar we komen nog geregeld in Silvolde omdat we van beide kanten nog familie in de buurt hebben.

Nu vul ik mijn dagen met muziek maken, jazzimprovisatie op tenorsax. Lekker koken. Ik zwem 3x per week en geniet van onze kleinkinderen, waarvan er 2 om de hoek wonen.

Kort gezegd heeft Silvolde een heel belangrijke rol gespeeld in mijn leven. Een gedegen basis is op de Lagere School gelegd en ik heb er de liefde van mijn leven gevonden. Hoe mooi kan het zijn!!!!

SilvoldePediA
Hoofdstraat 85
7061 CH Terborg
E-mail: robbiew52@gmail.com