Tom van der Lee

Tom van der Lee

Tom is geboren op 9 juli 1964 als kind van het onderwijzersechtpaar Van der Lee. Het gezin woonde aan de Dr. Schaepmanstraat 43 in Silvolde en verhuisde in 1971 naar de Terborgseweg alwaar Tom opgroeide met zijn zus Margit en zijn broer Frits.

Tom bezocht de Jacinta-kleuterschool waar hij les kreeg van nonnen. De meeste belangstelling had hij daar voor de speeltuin. Hij kon ook goed tekenen; rond Sinterklaas had hij een tekening gemaakt van Zwarte Piet, maar….. de volgende dag waren diens lippen helemaal rood! “Zwarte Piet is geweest en heeft de tekening gekust”, zo was het verhaal van de nonnen.

In 1969 ging Tom naar de katholieke H. Hartschool voor lager onderwijs en kwam toen in een klas met 43 leerlingen. Aan het begin van de schooldag moest je een gebed opzeggen, maar Tom had niets met het katholieke geloof en heeft de tekst nooit geleerd.


Op het schoolplein werd er veel geknikkerd en andere spelletjes gedaan. Op het plein stonden meerdere dikke bomen waar ijzeren hekken omheen stonden. De hekken waren doorgeroest en bij de grond afgebroken waardoor er nog restanten uitstaken. Tijdens het speelkwartier viel Tom met zijn knie in zo’n uitstekende spijl. Hij kwam ermee in het ziekenhuis waar de wond zonder verdoving gehecht werd; het geschreeuw was in het hele ziekenhuis te horen.
In 1971 fuseerden de jongens- en meisjesschool en Tom zijn klas verhuisde naar de plek waar de meisjesschool stond.

De school kwam onder leiding van Dhr. Egberts. Kinderen die voor straf op de gang werden gezet, dus dat overkwam Tom ook wel eens, moesten zich altijd bij Dhr. Egberts melden. 

Tom raakte bevriend met een klasgenoot die dyslectisch was, iets waar de school in die tijd nog geen kennis  van had; hij kreeg bijles van Tom maar dat had weinig resultaat. De klasgenoot woonde op een boerderij en daar was veel te beleven. Tom logeerde er regelmatig in het weekend, hij ging als drijver mee met de jagers en kwam dan thuis met een fazant of een haas. Tractor rijden was een favoriete bezigheid en spelen tussen de strobalen een avontuur. Eens had hij de pech dat hij struikelde over een loshangend touwtje van zo’n strobaal en hield er een gebroken kies en litteken aan zijn kin aan over. Doordat hij vaak naar de boerderij ging droeg hij klompen; op school moesten de klompen op de gang blijven staan omdat het teveel lawaai maakte op de houten vloeren in de klas. Tom was niet zo van het leren en meester Gerritsen zette hem dan ook regelmatig uit de klas. Bij een van deze acties schopte meester Gerritsen de klompen van Tom door de granieten gang waarbij een van de klompen in meerdere stukken vloog.
Tom had vooral veel plezier aan sport. Aan de achterkant van de jongensschool was een ‘sportveld’. In een aangebouwde vleugel was de gymnastiekzaal waar in het midden van de zeventiger jaren de heren Klein Nibbelink en Hiddink (de later bekende profvoetballer en voetbaltrainer van de Graafschap en PSV) gymles gaven. Het mooiste aan deze lagere schooltijd vond Tom de voetbaltoernooien en de sportdagen.


Hij was lid van de voetbalclub en zat ook in de selectie van de gymnastiekvereniging Avanti die op zondag in de gymzaal van de jongensschool oefende. Hij raakte regelmatig geblesseerd en na een val uit het klimrek, waarbij hij zijn arm brak, hield hij het lidmaatschap van beide verenigingen voor gezien.

De resultaten op school waren voldoende om naar de brugklas van de middelbare school het Isala te gaan. Deze school bestond toen nog uit noodgebouwen en was gebouwd met het nu afgekeurde spaanplaat, materiaal vol met formaldehyde.
Doordat zijn ouders in het onderwijs werkzaam waren leerde Tom het belang van studeren inzien. Hij wilde later beroepsmilitair worden. Hij koos daarom de exacte vakken wat een goede basis was voor zijn beoogde studie aan de militaire academie. Zijn ouders zaten niet boven op de studie en hij kon dit op een relaxte manier doen. Tom was in die tijd bevriend met Evert Rentink en Harm van de Gevel met zijn hobby parachutespringen.


Het Isala was duidelijk geen typisch katholiek college maar veeleer een jonge, alternatieve school met een behoorlijk aantal jonge docenten. Zij hadden ideologische en vernieuwende ideeën waar ook het experiment een centrale plaats kreeg toebedeeld. Aangezien er een lerarentekort was, kwamen vele leraren uit het westen van het land, veelal vrijgevochten leraren met een linkse inslag. Over de school werd in de volksmond het volgende gezegd: ‘Pas maar op dat je geen rooie wordt’, of ‘Die leerkrachten daar zijn allemaal socialisten’ of ‘Dat is me een rooie school.’ Maar ook ‘Een goeie school, daar wordt veel voor de leerlingen gedaan’ en ‘Leraren en leerlingen gaan erg plezierig met elkaar om.’

Tom wilde loskomen van het katholieke geloof en volgde met belangstelling de lessen levensbeschouwing. Hij werd een regelmatige bezoeker van de bibliotheek en hij wilde andere boeken dan de detectives, cowboy- en sciencefiction. Om die andere boeken te mogen lezen had hij van de bibliotheek wel elke keer toestemming van zijn ouders nodig. Hij vond deze censuur heel vervelend. Hij had interesse in de Tweede Wereldoorlog en de Vietnamoorlog maar nadat hij een boek over gedeserteerde Amerikaanse soldaten gelezen had besloot hij dat hij niet meer naar de militaire academie wilde. Uiteindelijk werd hij aan het eind van zijn universitaire studie dienstweigeraar.
Hij las boeken van Jean Paul Sartre over het existentialisme, over dat het de persoon in kwestie zelf is die verantwoordelijk is voor wat zijn leven uiteindelijk zal betekenen, en dat hij dit toont via zijn daden en woorden. Ook de boeken van Simone de Beauvoir, de levensgezellin van Jean-Paul Sartre, las hij graag.

In het derde jaar kozen de leerlingen op het Isala voor HAVO of VWO en Tom ging met 4 anderen naar het VWO. In deze periode begon Tom stukken te lezen die zijn interesse in de maatschappij gevoed hebben. Zo las hij over de treinkaping bij de Punt in de provincie Groningen en over de gijzeling van een lagere school in Bovensmilde: gewapende Molukkers wilden de Nederlandse regering dwingen zich in te zetten voor een onafhankelijke Republiek der Zuid Molukken. Hij las over de  Sovjet-Russische invasie in Afghanistan die op 24 december 1979 plaatsvond. Hij las over de nota Bestek'81 dat in de zomer van 1978 werd uitgebracht door het Nederlandse kabinet van Agt-Wiegel en wat ging over het sociaal-economisch beleid tot en met 1981. Van de uitvoerig kwam weinig tot niets terecht; na twee jaar, in 1980, kreeg de minister van Financiën Frans Andriessen er genoeg van en diende zijn ontslag in.
In het 5e jaar VWO wist Tom meer over de maatschappij en wie er de besluiten nam.

Tom raakte ook bevriend met jongeren uit het westen en ging daar regelmatig mee zeilen. Daarnaast ging hij ook graag naar de discotheeks P8 of Trinity in het naburige stadje Terborg, of de kroeg Cocagne in Ulft. De benodigde zakcenten verdiende hij met een bijbaantje bij de firma Kunst, een productiebedrijf voor fietsonderdelen. Het lag tegenover hun huis aan de Terborgseweg. Hij werkte op de productieafdeling aan de pers en kreeg eens tijdens zijn werkzaamheden een vinger onder de machine. De fabriek had veel thuiswerkers waarvan sommige in echte armoede leefden; een transportbusje bracht en haalde de producten.
Na zijn eindexamen deed hij in de maanden juli en augustus vakantiewerk in Emmerich bij Unichema. Tom ging op de fiets naar Emmerich en kwam op de afdeling ‘Inkoop’ te werken. De chef daar was een oud SS’er en als het niet helemaal ging zoals hij het wilde dan vloekte en schold hij er in het Nederlands op los, met veelal het gewenste resultaat.

Voor de keuze van de vervolgopleiding in 1982 kwam hij erachter dat hij beter een ICT pakket had kunnen kiezen. Tom ging in Eindhoven kijken maar vond daar niet wat hij zocht en Nijmegen en Enschede waren te dicht naast de deur.
Een broer van een klasgenoot studeerde politicologie aan de Universiteit van Amsterdam. Tom bestudeerde de studiegids en bezocht de open dag. Naast dat de UvA een goede reputatie had voor de richting politicologie, spraken hem de kraakbeweging en de kernwapendemonstraties ook aan. Hij koos dus voor Amsterdam en ging in een studentenflat in Diemen wonen, een mooie plek waar je uitkeek over het Amsterdam-Rijnkanaal. En toevallig kwam hij in dezelfde flat terecht als waar zijn zus Margit twee jaar eerder uitgetrokken was. De boekenplank kon op dezelfde plaats aan de muur geschroefd worden, de oude gaten gaven de plek nog aan. Met 25 minuten fietsen was hij op de universiteit aan de Oudezijds Voorburgwal. Een prettige bijkomstigheid was dat je langs ‘De Meer’ kwam waar voetbalclub Ajax trainde en beroemde voetballers zoals Johan Cruijff aanwezig waren. Tom heeft daar veel bekende voetballers aan het werk gezien.


Hij werd lid van de studievereniging Machiavelli, vakbond voor politicologie studenten dat in een oud ziekenhuis gevestigd was. Al  snel zat hij in de borrelcommissie en kon hij betaald achter de tap staan. Tom las natuurlijk ook over de Florentijnse denker en politicus Machiavelli die rond 1500 benoemd werd tot hoofd van de tweede kanselarij van de Florentijnse Republiek. Hij was de grondlegger van de moderne politiek en wilde van Italië één staat maken; hij was voor een volksmilitie want een leger van huurlingen was te onbetrouwbaar.
Aan de faculteit werd een ander type onderwijs gegeven dan hem bekend was; alles stond ter discussie, er waren voortdurend conflicten tussen de oude generatie leraren en de nieuwe linkse leraren.
Van 1983 – 1985 was Tom voorzitter & penningmeester van de studievereniging Machiavelli.  Tot aan zijn afstuderen in 1988 was hij lid van verschillende andere besturen.
In 1988 studeerde hij cum laude af; zijn hoofdvak was Internationale Betrekkingen, zijn  bijvakken Economie, Recht en Wetenschapsfilosofie.
Hij vervolgde van 1988/1989 zijn studie met een opleiding bij de ASIR - Amsterdam School for International Relations.

Na zijn afstuderen kreeg Tom een promotieplaats in Berlijn en daarna 1 jaar in Washington.
Tom dacht dat hij uitstel van militaire dienst had maar bij het Ministerie van Defensie dacht men daar heel anders over. Hij werd in augustus 1989 door twee marechaussees meegenomen en ingedeeld als tankcommandant bij de cavalerie. Hij weigerde echter dienst, moest een essay schrijven waarom hij tegen geweld was en werd anderhalf uur ondervraagd door 5 personen. Resultaat was dat hij erkenning kreeg als dienstweigeraar.
Wel moest hij op zoek naar vervangend werk. Toevallig zag hij een advertentie van GroenLinks in ‘De Waarheid’ staan. Daar waren ze op zoek naar een dienstweigeraar en zo werd Tom persoonlijk medewerker van twee kamerleden.  Aan het eind van deze periode solliciteerde hij bij de Wiardi Beckman stichting, het wetenschappelijk bureau voor de sociaal – democratie, en gelieerd aan de PvdA . GroenLinks bood hem echter een baan als beleidsmedewerker aan. Tom ging akkoord en ging zich bezighouden met financiën en buitenlandse zaken. Hij werd de rechterhand van Paul Rosenmüller en anderhalf jaar later werd hij persvoorlichter.
Bij de verkiezingen in 1992 stond GroenLinks in de peilingen met 16 zetels en wilden ze in de regering met CDA en PvdA. Echter op 6 mei 2002 rond 18.00 uur, negen dagen voor de parlementsverkiezingen, werd Pim Fortuyn vermoord door Volkert van der Graaf. In Den Haag druppelden de partijleiders binnen en was het super onrustig in de stad. De ADO-voetbalaanhangers gingen de stad in en er braken rellen uit waarbij een auto in de parkeergarage onder het Plein (bij het Binnenhof) in brand werd gestoken.
De dag na de aanslag besloot het demissionaire kabinet Kok II dat de nationale verkiezingen op 15 mei moesten doorgaan. De verkiezingscampagne kwam evenwel een week lang stil te liggen. In eerste instantie werd de schuld bij de linkse partijen gezocht, GroenLinks kwam daardoor op 10 zetels uit en kwam zo buiten beeld. De Lijst Pim Fortuyn behaalde 26 zetels en daarmee kwam de LPF in de regering in het Kabinet Balkenende I. Na de moord op Fortuyn werd de bewaking van bewindspersonen en politici tijdelijk verscherpt. De arrestatieteams van de politie namen die taak op zich. Na 86 dagen kwam er een einde aan het kabinet Balkeneinde I. Het perspectief op de macht voor GroenLinks was niet meer aanwezig en in november 2002 kondigde Paul Rosenmöller onverwacht aan de politiek te zullen verlaten. Hij vroeg Femke Halsema om zijn opvolger te worden als fractievoorzitter en zij ging akkoord. Tien dagen voor het partijcongres werd zij naar voren geschoven als kandidaat lijsttrekker en met de door campagneleider Tom van der Lee bedachte slogan "Knokken voor wat kwetsbaar is" ging zij vervolgens de verkiezingen in.

In april 2009 werd Tom benaderd door Joris Voorhoeve om te solliciteren op een directeursfunctie bij Oxfam Novib. Hij werd een van de vier directeuren en werkte er tot 2017 in meerdere functies.
In maart 2017 werd hij gekozen als lid van de tweede kamer voor GroenLinks.

Oxfam Novib kwam in 2018 in opspraak ivm een seksschandaal dat in 2012 veroorzaakt was door de in Haïti gelegerde Engelse afdeling. Tom hoorde er al in 2012 over toen hij een andere functie bij Oxfam Novib vervulde. Hij dacht op dat moment dat het om een fraudegeval ging en besteedde er verder geen aandacht aan. Toen de zaak in 2018 in het nieuws kwam en bekend werd dat de Engelse afdeling geld ontvangen had vanuit Nederland heeft Tom zijn excuses gemaakt omdat hij toen wel één van de vier directeuren was. Hij voelde zich collegiaal medeverantwoordelijk.
Tom is nu twee jaar kamerlid en wil dat voorlopig blijven. De druk ligt er niet zo hoog als in het bedrijfsleven en hij draagt minder verantwoordelijkheid.

Tom heeft als hobby zeilen, hij houdt zijn conditie op peil met mountainbiken en hij geniet als grensrechter volop van zijn voetballende dochter, speelster bij SV Kadoelen in Amsterdam-Noord.

Bronnen:
Interview met Tom van der Lee.
Informatie van mevrouw Gré van der Lee - Kemperman die bij het interview met Charlotte en Robbie Wolters op 08-07-2019  aanwezig was.
Informatie:
www.tweedekamer.nl/kamerleden_en_commissies/alle_kamerleden/lee-tmt-van-der-gl/biografie 
Wikipedia


 

 

SilvoldePediA
Ulftseweg 26
7064 BD Silvolde
tel. 0315-342600 of 06-2300 3204
E-mail: robbiew52@gmail.com