Wouter van der Schaar

Foto: Charlotte Wolters

 

Een jeugd in de Oost

Door Robbie Wolters

 

Wouter van der Schaar is in 1934 geboren in Indonesië en woonde er tot 1946

Pieter van der Schaar
*24-12-1899   +04-02-1993.

 

Arts examen P.J. van der Schaar 1923

 

De vader van Wouter van der Schaar, dr. Pieter Johannes van der Schaar, hij studeerde in 1925 in Leiden af. Na zijn specialisatie tot zenuwarts vertrok hij in 1929 met zijn vrouw Clara Wirth en zoon Peter, die in 1928 geboren was, naar Surabaya op het eiland Java in Nederlands Indië. Daar werden Marijke in 1929, Hans in 1931 en Wouter in 1934 geboren. 

 De Indische Courant, 12 juli 1934.

 

Wouter heeft een mooie jeugd gehad in Indonesië tot de Japanners in maart 1942 binnen vielen.
De scholen werden gesloten en Wouter groeide verder op in gevangenen kampen. In 1946 keerde hij terug naar Nederland. Hij studeerde in 1969 als klinisch psycholoog af in Amsterdam en heeft in verschillende academische ziekenhuizen gewerkt. 1995 kreeg hij de graad van doctor aan de Universiteit van Amsterdam. In 2000 is hij met pensioen gegaan en naar Silvolde verhuisd, hij volgt nu allerlei wetenschappelijke en plaatselijke onderwerpen. Hij bleef tot op zeer hoge leeftijd met zijn vak bezig en is aan zijn vijfde boek begonnen.

Wouter vertelt waarom zijn vader naar Indonesië ging

“Mijn vader was na zijn studie psychiatrie in Leiden erg gemotiveerd om de psychiatrie op Java te verbeteren. Psychiatrische patiënten werden daar in gestichten, als dieren in een dierentuin, achter grote hekken geplaatst en kregen vervolgens geen enkele behandeling. Mijn vader vond dat je de patiënt niet gekker moest maken dan hij al was. Je moest juist zorgen dat de omgeving zodanig was dat de patiënt positief werd gestimuleerd. Je moest met de patiënt beginnen vanuit het gezonde deel van zijn persoonlijkheid. Deze, in die tijd, onorthodoxe aanpak van psychiatrische patiënten sprak mijn vader bijzonder aan. In Java kon men dat in die tijd doen zonder rekening te houden met allerlei instanties zoals in Nederland. Deze opzet van arbeidstherapie voor psychiatrische patiënten werd pas tientallen jaren later in Nederland toegepast.
Samen met Van Andel, die er de arbeidstherapie invoerde, werkte hij eerst in de inrichting te Magelang tot hij docent Psychiatrie en Neurologie aan de Nederlands Indische Artsenschool (NIAS) werd, een zeer bekend instituut in Surabaya.

Geneeskundig Tijdschrift voor Nederlands Indië,  31 maart 1936.

 

Daar leidde hij Indonesische artsen in de psychiatrie op en bestuurde en moderniseerde hij de psychiatrische inrichtingen te Malang en Madoera.”

 

Vaccinatiebewijs voor pokken 1 juni 1935

 

De basisschool

    

Wouter bezocht in 1939/1940 de Fröbelschool op de Simpang boulevard. Daar moest hij veel met knip-en plakwerk aan de gang, waar hij een hekel aan had.
Als hij nu het schrift ziet waarin zijn knutselwerkjes staan, krijgt hij weer de rillingen. 

 Daarna ging hij naar de eerste klas van de School met den Bijbel, genaamd “Goebeng”. In het eindrapport van de eerste klas had Wouter een 7 voor Orde, Vlijt en Gedrag.

   

In de tweede klas vielen de Jappen Indonesië binnen en was het einde schoolopleiding. 

 

Herinneringen aan wonen in Surabaya

Overzichtsfoto van De Europese wijk aan de Zuidkant van Surabaya. 
De wijk waar Wouter woonde in Surabaya.

 

 

 

De familie Van der Schaar woonde aan de Jalan Kayun in Surabaya in een huis dat later als synagoge in gebruik is genomen. In 2016 is het afgebroken. Het huis was groot genoeg om regelmatig familie en vrienden te laten logeren. Als bedienden waren er een kokkie voor het eten, een kebon voor de tuin, een baboe voor de huiselijke taken en een kindermeisje voor Wouter.

Wouter met het kindermeisje aan het bikkelen op de veranda.

De vier kinderen Peter, Marijke, Hans en Wouter vermaakten zich aanvankelijk met elkaar met allerlei spelletjes maar later kwamen er ook veel vriendjes langs. Ze speelden onder andere kastie; met een slaghout werd een bal weggeslagen en moest je naar een honk rennen, de tegenpartij probeerde je met de bal te raken en dan was je af.

     

Een ander spel was kto-lilly; je legde een houtje op twee bakstenen en sloeg dat met een ander, groter hout zo ver mogelijk weg. Daar waar het houtje neerkwam moest de tegenpartij proberen dat houtje met een ander houtje dat weer op de bakstenen was gelegd, eraf te gooien. Dat werd tegengegaan door snel met het grotere hout heen en weer te bewegen, anders was je af. Daarna werd de graad van moeilijkheid om het houtje weg te slaan steeds groter. Uiteraard werd er  ook geknikkerd, maar anders dan in Nederland; je had bepaalde vingervaardigheden nodig om de knikker weg te laten schieten. Ook gingen ze vliegeren met de bedoeling het vliegertouw van de ander door te snijden met een touw dat, na een bad met teer, was beplakt met gemalen glas. Dan had je dievie-met-verlos waar de ene partij de ander met drie tikken op de rug moest zien te pakken. Als je was gepakt en de eigen partij raakte je hand aan, was je weer vrij.

Alle spelletjes werden begonnen met 'soeten' wie het eerst mocht beginnen. Daarbij werd gebruik gemaakt van de duim (olifant), de wijsvinger (mens) en de pink (mier). De olifant verpletterde de mens, de mens trapte de mier dood en de mier kroop in het oor van de olifant zodat die stierf. Dit ging razendsnel totdat één van de twee een stand van drie had bereikt en dus had gewonnen.

Familie Van der Schaar
Marijke, vader Pieter, Hans, Peter, Wouter en moeder Clara.
 

Als het vakantie was ging het gezin de bergen in waar het koeler was.

    

 

Het zwembad met op de achtergrond de bergen.

 

Wandelingen door de bergen, Wouter ontbreekt op de foto. Hij was nog te klein om zulke lange wandelingen te maken.

Daar hielden de kinderen zich bezig met zwemmen, paardrijden, tennissen en lange wandelingen in het oerwoud.

Moeder Clara met de kinderen.
Tanden poetsen behoorde tot de
dagelijkse bezigheden van Wouter.
Moeder met Marijke en Wouter.

 

Willys Knight met Mevrouw Van der Schaar, Peter en Marijke.

De auto van het merk Willys Knight met chauffeur werd behalve voor uitjes, vakantie, boodschappen (zie foto) ook gebruikt voor de dagelijkse bezigheden van de heer Van der Schaar die in verschillende instellingen werkte en regelmatig naar andere plaatsen moest voor Inspectie van Gezondheid.
De chauffeur was het zijn eer te na om de auto zo blinkend mogelijk te houden en altijd op afroep aanwezig. Hij had daar best een volle dagelijkse taak mee.

Oorlogsjaren

Voor de Tweede Wereldoorlog waren de Nederlanders duidelijk de baas in Nederlands-Indië. Zij bestuurden het land, smoorden eventuele opstanden in de kiem en verdienden veel geld aan de export van de koloniale producten.

In de jaren twintig en dertig begonnen de Indonesiërs zich te verzetten tegen de Nederlandse kolonisator.

    

Soekarno en Hatta waren nationalist en streefden naar onafhankelijkheid van Nederlands Indië in de vorm van de republiek Indonesië met Jakarta als bestuurlijk centrum. Om die reden werkten zij in de Tweede Wereldoorlog samen met de Japanners om zo na de Japanse bezetting de macht over te nemen.

Na de aanval van Duitsland op enkele Europese landen groeide ook de expansiedrift van Japan. Op 7 december 1941 viel Japan de Amerikaanse vloot in Pearl Harbor aan en werden ook de Verenigde Staten meegezogen. Het Europese conflict was uitgegroeid tot een wereldoorlog met twee brandhaarden: Europa en Azië.

Foto: Javapost.nl Japanse aanval in Indonesië. 

Nederland verklaarde op 8 december 1941 de oorlog aan Japan.

De Japanners hadden het gemunt op heel Zuid Oost Azië en veroverden o.a. de Britse koloniën Maleisië en Singapore.

foto NIMH: Slag in de Javazee.

 

Geallieerde troepen probeerden de invasie van de Japanse troepen tegen te houden. Nadat de Nederlandse, Amerikaanse, Australische en Britse vloot tijdens de Slag in de Javazee op 27 en 28 februari 1942 ten onder was gegaan, was er geen houden meer aan. Commandant Karel Doorman ging met zijn vlaggenschip Hr.Ms.De Ruyter ten onder nadat hij de vloot had opgeroepen met de strijdkreet: 

 

Na een korte strijd capituleerde Nederlands-Indië op 8 maart 1942. Dit was meteen ook het einde van het Nederlandse koloniale gezag.
Door de Indonesiërs werd de inval van Japan in 1942 aanvankelijk als bevrijding van de koloniale overheersing gezien. De Japanse autoriteiten sloten 100.000 Nederlanders op in interneringskampen.
Verder woonden er nog 250.000 Nederlanders ( Indo’s) die ook Aziatische voorouders hadden die buiten de kampen woonden.
Een aantal Nederlandse mannen werd evenals Indonesische mannen opgesloten in werkkampen en voor dwangarbeid ingezet; ze werkten in mijnen en legden spoorlijnen en vliegvelden aan. Zestien procent stierf en de rest raakte geestelijk en lichamelijk uitgeput. Het beruchtst waren twee spoorlijnen die dwars door het oerwoud werden aangelegd: de Birma-spoorweg van Thailand naar Birma en de Pakan Baroe spoorweg op Sumatra. Veel van de kampbewoners werden van Java weggevoerd naar Singapore. Changi werd een smeltkroes van krijgsgevangenen van verschillende nationaliteiten. Andere mannen, zoals de vader van Wouter, kwamen in gewone interneringskampen terecht. De burgers werden eerst opgesloten in de wijken in de stad waar ze woonden en hoefden geen dwangarbeid te verrichten. Ze woonden daar met meerdere families in één huis.

Wouter vertelt dat eerst alle Nederlandse mannen uit Soerabaya weg moesten naar burgerkampen. Zijn vader ging naar een kamp op de Bandoengse hoogvlakte rond de oude garnizoensplaats Tjimahi.

Deel van voormalig kamp Tjimahi met oude gevangenisgebouwen.

 

Daarna werden alle families uit hun huizen gezet. De vrouwen en kinderen werden in één wijk gestopt, zo ook de moeder van Wouter met haar gezin. Ze woonden met meerdere families in één huis. Vandaaruit ging Wouter met zijn moeder, zijn twee broers Hans en Peter en zijn zus Marijke met de trein naar het Japanse burgerkamp Ambarawa 9 dat ongeveer 45 km ten zuiden van Semarang lag.

Het kamp lag aan de westzijde van Ambarawa aan de weg naar Magelang en was ondergebracht in de school en het internaat van de Zusters Franciscanessen van Heythuysen.

Deze foto van de school maakte Wouter bij een later bezoek aan Indonesië in 1980.

 

Op het moment dat de Japanners het voor het zeggen kregen had Wouter anderhalf jaar onderwijs gehad, maar in het kamp was geen onderwijs en hij miste daardoor het laatste deel van de tweede klas tot en met de zesde klas.

Iedereen die in kamp 9 heeft gezeten herkent dit icoon omdat je daar de hele dag tegenaan keek. Het is honderden keren getekend en geborduurd.

Toen de jongens een jaar of tien waren, moesten ze het kamp verlaten en werden ze van de moeder, broer of zus gescheiden. Peter ging als eerste weg, daarna Hans. Wouter bleef bij zijn moeder Clara en zus Marijke achter.

Marijke. Kamp Ambarawa 4
De naam werd veranderd in kamp 9. 

 

Van de bewoners van de kampen werd een administratie bijgehouden, Marijke stond als volgt vermeld:

Schaar, M. van der

PG=paginanummer van de oorspronkelijke lijst:  62

M/V=manlijk/vrouwelijk:  v

POW=kampnummer in Bunsho III:  7448

GEB=geboortedatum:  20-9-1929

De Moeder van Wouter: Schaar-Wirth, C. van der

Bron: NIOD, IC 081.059 (verbeterd en alfabetisch gesorteerd)

 

Tekening van Wouter gemaakt in kamp Ambarawa 4 1944.
Later wijzigde de naam in Ambarawa 9.

 

In de kampen werden boekjes gemaakt met tekeningen. Wouter kreeg een boekje van een kampbewoner en bracht het mee naar Nederland.

Hieronder het volledige boekje, een waardevol bezit voor Wouter en aandenken aan zijn tijd in kamp Ambarawa.

 

Op 19 juni 1945 moest Wouter vanwege zijn leeftijd Ambarawa 9 verlaten en vertrok naar Ambarawa 7. Moeder en Marijke bleven achter.
Aan het eind van de oorlog was er nog een aanslag op de bewoners van Ambarawa 9. De moeder van Wouter was toen al met Marijke vertrokken naar Ambarawa 6.

Ambarawa 9. Dit is een schets van het kamp nadat er een aanslag was geweest, de aanslag vond  plaats op het moment dat Wouter er niet meer was. De barak 3 D staat links onder op de tekening.

1. Nederlandse kampleiding

6. Japanse kampcommandant

2. Goedang

7. Wacht

3. Hoofd van de keuken, toko

8. Japanse goedang

4. Kampbestuur, keukenpersoneel

9. Toko

1a-d. Slaapzalen/kamers

10. Keuken

2a-g. Slaapzalen/kamers

11. Erker, babykamer

3a-d. Slaapzalen/kamers

K. Kraan

4a-f. Slaapzalen/kamers

P. Plaats voor doden na aanslag 21-11-1945

5a-b. Gedekloodsen

Q. Plaats van de aanslag

Pieter Venhuis is een vriend van Wouter en was ooggetuige van de aanslag hij schreef in zijn boek Dari Mana:  " De aanleiding voor de opstand was het afdammen van de rivier de Balkan, dus werd het een vieze stinkboel in het kamp. In het centrum van Ambarawa was een Engelse eenheid van Gurka's en Sikhs onder leidding van een Engelse kapitein en die stuurde er een 8-tal Sikhs met Nederlandse technische mannen op af. Iets 'stroomopwaarts' werd er met stenen naar hen gegooid waarop de Sikhs om keerden, de Nederlanders moesten wel mee terug naar het kamp.De Sikhs verspreidden zich naar de hoeken van het kamp, maakte schietgaten in het gedek en begonnen te schieten op alles wat bewoog buiten het kamp. Na een poos gepaft te hebben hielden ze op, 'finished' zeiden ze en ze gingen gewoon weg. Een half uur later gebeurde het, de Indonesiërs klommen over het gedek en dreven de kampbewoners naar het grote grasveld. Daar werd op de bewoners geschoten en er werden handgranaten tussen hen in gegooid. Opeens hield het op en verdwenen de Indonesiërs, de Engelsen waren in aantocht en namen de bewaking van het kamp op zich. Er waren 16 doden en veel gewonden. De aanslag was een wraakactie van de Indonesiërs omdat de oorlog beëindigd was".

Wouter was voor de aanslag al op 19 juni 1945 vanuit kamp Ambarawa 9 waar hij nog bij zijn moeder en zus zat naar Ambarawa 7 gegaan. Vanaf toen had hij geen contact meer met de rest van zijn familie. Ambarawa 7 was gevestgd in de barakken van het afgekeurde KNIL-kampement in Ambarawa, direct ten noordwesten van Fort Willem I. Voor vrouwen en mannen. Op 23 augustus 1945 waren hier rond de 2500 personen.

Het kamp was omheind met prikkeldraad en met kedek (rotan) afgezet zodat je er niet uit kon en ook niet naar buiten kon kijken.

Het verzenden van post was mogelijk, Wouter stuurde een kaart naar zijn moeder en zus.

Kaart van Wouter aan zijn moeder. Kamp 9 is doorgestreept en er staat nu in blauw een 6. Moeder en Marijke waren naar kamp 6 verhuisd.
Lieve Mamma, het gaat hier goed met mij, ik hoop bij jullie ook. Hier is voedsel. Gerrie en Peter van de Kooi zijn er ook samen met mijnheer Was. Ik heb al 3x bruinen bonen soep gehad.  Heel veel dank voor de tomaten en het ganzenbord. Heel veel groeten aan Mamma en Marijke. Wouter

In kamp 7, met kamphoofd Terhenne, waren oude mannen en jonge jongens. De jongens sliepen naast en boven elkaar op houten banken. Tussen de oude en de jonge bewoners was het haat en nijd. De oude mannen hadden totaal geen belangstelling voor kinderen. Sterker nog, ze vochten met de kinderen om het eten.

 

   

Plankje waarop Wouter dagelijks een stukje brood kreeg, hij nam het plankje
mee naar Nederland en bewaarde het. De foto rechts geeft aan hoe weinig er op het plankje kon.

Door de hongersnood was het: de één zijn dood is de ander zijn brood. Meestal kregen ze een teil vol waterige soep met maiskolven, een stijfselpap met wat slablaadjes erin of een beetje rijst met eendenvoer. Het eendenvoer had de naam "duduk" het was een geelachtig poeder dat als een soort vitamine werd gebruikt. Je moest uitkijken met eten want als je een te grote hoeveelheid at kon je bij wijze van spreken stikken. Waarschijnlijk was het van "kedele" gemaakt een soort sojaboon
Verder verzamelde Wouter overdag wat grassprietjes om bij in het eten te doen.Soms werden oude mannen gemarteld en geslagen, er werd tegen hen geschreeuwd en het eten werd weggenomen.

Wouter kende geen angst en geen haat. Hij dwong respect af bij de overige bewoners omdat hij zeer trefzeker was in het gooien met stenen. Daarom lieten ze hem met rust. Na een jaar Japanse bezetting was de liefde wel over bij de Indonesiërs.

Op zondag 28 januari 1945 verscheen er een vliegtuig boven kamp 7 waaruit pamfletten werden uitgestrooid. Wouter en de andere bewoners dachten dat de oorlog afgelopen was. Wouter had zelf geen pamflet opgeraapt.

Foto uit het archief van G.J. Tornij.  Een B-25 vliegtuig N5-185
met kapitein Bill Hagers.
Dit was een van de toestellen die gebruikt werd voor de pamflettenvluchten.

 

De toen 19 jarige Frouwien Oldhoff zat gevangen in het Jappenkamp Ambarawa 6 en was ooggetuige van een pamflettenvlucht in januari 1945. Ze zag een vliegtuig vrij dicht boven het kamp met de kleuren rood-wit-blauw onder de vleugels. Er dwarrelden pamfletten neer. Ze gristte een papier van de straat. Er stond een overzicht van de stand van de oorlog in Europa en in Azië op. En dan het zinnetje: ‘Houd goede moed, het eind van de oorlog is nabij.

Regelmatig overleden er oude mannen in kamp 7 en Wouter leerde daarmee te leven. Een keer ging er ook een jongetje dood, de avond ervoor had Wouter en de anderen hem op de rug rondgedragen omdat hij ijlde en de jongens wisten niet wat te doen. Ze wilden hem op deze manier afleiden.

In het boek: "Vrouwenkamp op Java van Hooykaas-van Leeuwen Boomkamp" wordt kamp 7 beschreven als een slecht kamp, de Europese leiding deugde er niet. Veel eten verdween naar de functionarissen, van de 800 calorieën waar de bewoners recht op hadden kregen ze er circa 500. De jongentjes waren vervuild en zaten ook nog onder de luizen, ze lagen drie hoog en sliepen niet van de jeuk.

Die kleine jongens van 10 - 11 jaar moesten dodenwacht houden, als iemand overleden was moesten ze hem de ogen dicht drukken en de dokter roepen en met het afleggen helpen. 's Morgens moesten de jongens lijken sjouwen.
 

 

Duitsland had zich overgegeven, maar Japan vocht door.
Daarom gooide Amerika een nieuw wapen in de strijd:
de atoombom. 

 

Op 15 augustus 1945 werd de oorlog beëindigd met de atoombommen op Nagasaki en Hiroshima naar schatting vielen er 200.000 doden. Op 17 augustus 1945 riep Soekarno de onafhankelijke staat Indonesië uit. Dit was het begin van een onrustige en gewelddadige periode in Indonesië. De strijd om de onafhankelijkheid brak uit.

De broers Peter en Hans zaten in kamp Bandoenang en Wouter is vanuit Ambarawa 7 naar dit kamp gegaan. 
Hij kwam hier van de hel in de hemel. Toen Wouter aankwam vroeg broer Hans of hij zwanger was door zijn opgezette hongeroedeem buik (beri-beri).

Ambarawa              Bandoengan           Midden-Java

Schaar, H. van der

PG=paginanummer van de oorspronkelijke lijst:  174

KNR = Kampnummer (Japanse registratie):  7447

GEB=geboortedatum:  19-7-1931    

 ===

Schaar, P. van der

PG=paginanummer van de oorspronkelijke lijst:  175

KNR = Kampnummer (Japanse registratie):  7488

GEB=geboortedatum:  7-6-1928

===

Schaar, W. van der

PG=paginanummer van de oorspronkelijke lijst:  176

KNR = Kampnummer (Japanse registratie):  7446

GEB=geboortedatum:  11-7-1934                                                                                 Naamlijst Bandoengan II (241 personen)

De lijst van bewoners van het werkkamp Bandoengan - II.
Het mooie handschrift is van onderkamphoofd Zuster Laetitia.

Moeder en Marijke zaten inmiddels in kamp 6 en niet meer in 9. Toen de 3 broers tegen het eind van de oorlog uit Bandoenang  met alle kampgenoten terug wandelden naar kamp 7 waar de overgave plaats vond, hoorden ze dat moeder en Marijke in kamp 6 zaten, vlak bij kamp 7. Toen hebben ze haar opgezocht en zijn ze weer bij elkaar gekomen. Van daaruit zijn ze samen met de trein van Ambarawa naar Bandoeng gegaan en ontmoetten ze echtgenoot en vader Pieter die hun opwachtte. Hij was blijkbaar op de hoogte gesteld door het Rode Kruis van onze aankomst.

Wouters vader, dr. P.J. van der Schaar, was destijds geneesheer-directeur van het Juliana-Hospitaal in Bandoeng.

Juliana-Hospitaal Bandoeng

 

Het Juliana-Hospitaal (een Gemeentelijk Ziekenhuis) lag naast het Instituut Pasteur aan de Pasteur­weg (een zijstraat van de Lembangweg naar het westen), in het noord-westelijk stadsdeel. Het ziekenhuis had een capaciteit van zeshonderd bedden. Thans heet het ziekenhuis Rumah Sakit Hassanudin (adres Jalan Pasir Kaliki).

P.J. van der Schaar schrijft hierover in 1985 een artikel dat verscheen in het Nederlands Tijdschrift Geneeskunde.

Ziekenhuis in revolutietijd 

“Na de Japanse capitulatie was één ding overduidelijk: veel geïnterneerden hadden medische hulp nodig. In de verschillende kampen op de Bandoengse hoogvlakten rond de oude garnizoensplaats Tjimahi  werden 500 ernstig zieke patiënten, grotendeels in het Centrale Kamphospitaal, verpleegd.
De leiders van de medische diensten in de verschillende kampen kozen ervoor om het Centrale Kamphospitaal onder te brengen in het Juliana hospitaal in Bandung. In september verschenen overal rood-witte vlaggen als een antwoord op het appel van “Merdeka “, vrijheid. De bevolking kwam steeds meer in de ban van het appel en er ontstond een groeiende kloof met de Europeanen. De berichten werden steeds onheilspellender. Er was voor het eerst sprake van pemuda’s , benden van jonge Javanen, verzadigd van Japanse propaganda in de oorlog “Azië voor de Aziaten” en voorzien van Japanse wapens.
Ze opereerden op eigen gezag en bij duizenden. Hun oorlogskreet was “Merdeka” maar de prille republiek had niets over hen te zeggen. Het werd de tijd van de “bersiap” (aanval)  De kranten en de radio kwamen dagelijks met alarmerend nieuws. Europeanen verdwenen spoorloos, ook werden ze uit de trein gehaald zonder dat er verder iets van hen werd gehoord. Lijken dreven in de rivieren naar zee. Branden braken uit, en overheidsbedrijven werden bezet. Je werd met pemuda’s geconfronteerd als je wilde telefoneren, als je niet eerst Merdeka zei werd je niet doorverbonden.
Op 13 september 1945 was er voor het eerst contact met de buitenwereld voor het Julianahospitaal in Bandung met de Engelse officier van gezondheid Soltau. Het was een bittere teleurstelling van hem te vernemen, dat de Engelse troepen niet binnen zes weken op Java kwamen. De Europese bevolking zou dus al die tijd onbeschermd blijven terwijl de vlammen van de bersiap steeds hoger opsloegen.
Het was daarbij zeer irriterend de Nederlandse radio steeds weer te horen schallen, dat de regering niet met de Japans gezinde Soekarno zou onderhandelen. Dit was olie op het vuur van al wat zich republikein noemde, terwijl de regering in het verre Nederland niet geconfronteerd werd met het effect van hun eigen optreden.
Op 6 oktober 1945 moest een deel van het Juliana hospitaal in Bandoeng afgestaan worden aan de Republik Indonesia.  Op 10 oktober werd een grootscheepse aanval van de pemuda’s op Bandoeng ingezet. Bij duizenden drongen ze de stad binnen en bezetten de voornaamste gebouwen. Voor de 40.000 Europeanen was er totaal geen bescherming. Nederlanders die buiten de kampen woonden , werden op afgrijselijke wijze vermoord, met ernstige verminking van het lichaam.
Majoor Gray, de Britse commandant in Bandoeng van een niet bestaande krijgsmacht, stond machteloos tegenover dit geweld. Hij gaf opdracht aan de Japanse bevelhebber zijn nog steeds gewapende troepen in te zetten. Ofschoon de Japanners in het algemeen meer aan de Indonesische zijde stonden, volbrachten zij hun taak op voortreffelijke wijze. In de kortst mogelijke tijd en zonder enig respect voor Merdeka werden de pemuda’s uit de bezette gebouwen gejaagd en de stad uitgedreven.  Op 17 oktober arriveerden de eerste Britse troepen in Bandoeng en het ziekenhuis kreeg een wacht van ruim 100 Gurkha’s. Het blijft onrustig in de stad tot 29 november en het ziekenhuis functioneerde in deze tijd als evacuatiecentrum voor mensen uit de omgeving en de gezinsleden van het personeel. In december werd de toestand steeds beter en kon men zich beter richten op de ontwikkeling van een ziekenhuisbedrijf.
De Britten landen in Semarang en Soerabaja en op 26 oktober werd er zwaar gevochten met tienduizenden pemuda’s. In december 1945 en januari 1946 begon de evacuatie naar Nederland op gang te komen. Er vertrokken 266 medewerkers van het ziekenhuis en hun plaatsen werden ingenomen door verpleegsters uit Nederland waarmee het verpleegpeil aanzienlijk verbeterde. Vanaf april 1946 worden er 150 bedden gereserveerd voor de Hollandse militairen.
In juli 1946 verlieten de meeste veteranen het ziekenhuis en repatrieerden, vooral ook vanwege de belangen van hun gezinnen: het afscheid van een land in wording".

 

 

Het idee bestond dat heel Indonesië een hekel had aan de Nederlanders. Dit beeld werd bevestigd door aanvallen van revolutionaire strijders en relschoppers op Nederlanders die na de oorlog uit de kampen werden vrijgelaten. Echter, er waren veel Indonesiërs die met de Nederlanders bleven communiceren. Vooral de bedienden die bij de Hollanders hadden gewerkt bleven zeer trouw.

   

De met aangespitste rotan stokken gewapende groepjes Bermudas, die Nederlanders aanvielen waren aanvankelijk klein. Hoewel de aanvallen uitzonderingen waren en er geen massaal geweld was, waren het er genoeg om duizenden slachtoffers te maken en de Nederlandse gemeenschap enorm te intimideren.

Voor de geïnterneerden uit de Japanse kampen is de herinnering aan het einde van de oorlog met grauwheid omgeven. In tegenstelling tot Nederland in mei 1945 hier geen doldriftige ontmoeting met binnen-rukkende bevrijders, doch diepingrijpende teleurstelling dat er geen enkel blij gebeuren was, geen enkele vreugde-impuls van buitenaf. Integendeel, de gevangenschap werd bestendigd door de order van Mountbatten - de ‘supreme commander’ in het toenmalige Brits Indië  die Indonesië moest komen bevrijden - om de kampen niet te verlaten. Zoals later bleek een uitermate verstandig bevel, maar wel een streep door de rekening. Geen mogelijkheid voor de mannen om hun vrouwen en kinderen uit de kampen te halen.

De Nederlanders die nog in de kampen achterbleven werden op bevel van de Amerikanen beschermd door de Japanse soldaten. Half oktober 1945 kwamen hier Gurkha’s en Sikhs voor in de plaats (elite eenheden van het Britse leger bestaande uit Nepalese en Indiase soldaten) en tenslotte de Nederlandse soldaten. Vooral de Nederlanders die buiten het kamp leefden waren na de Japanse capitulatie doelwit van plunderingen en moordpartijen door Indonesische nationalisten.

Vanuit het kamp Ambarawa ging moeder Van der Schaar met de vier kinderen en kampgenoten per trein naar Bandung. De trein werd onderweg regelmatig aangevallen door permuda’s op de stations. Gelukkig waren er voldoende flinke kampbewoners in de trein die de aanvallers wegduwden.
Wouter werd in Bandung, samen met zijn moeder, broers Hans en Peter en zus Marijke, weer herenigd met zijn vader.
Het onderwijs werd behoorlijk georganiseerd en de kinderen vonden het fijn weer les te krijgen. In Bandung volgde Wouter een soort zesde klas maar dat stelde niet zo veel voor. Het ging tussen de schietpartijen van de Bersiap periode door.

Terug in Nederland 

   

In 1946 vloog de familie Van der Schaar vloog vanuit Bandung met een Dakota naar Djakarta waar ze inscheepten op de Van Oldenbarneveld voor de reis naar Nederland.

    

Een enorm kledingmagazijn ingericht in Ataka, een voormalig Brits legerkamp, voorzag de van alles berooide repatrianten uit Indië van warme kleren voor de winter in Holland. 
De boten met repatrianten op weg naar Nederland meerden af in de havenstad Adabya.
Per trein werden groepen van circa 400 man overgebracht naar de grote kledinghangar aan de voet van het steile Ataka-rotsgebergte, de reis duurde een kwartier.
Alles was gratis en van goede kwaliteit. Iedereen kreeg een witte plunjezak om alles op te bergen.
 

 

Het passen van schoenen in Ataka.

Wouter vertelt: "In Ataka werden we in een gek treintje met open goederenwagons naar loodsen met vrolijk wapperende vlaggen gereden. Bij binnenkomst werd ons onder begeleiding van vrolijke orkestmuziek een warm welkom bereid. Zelfs het Wilhelmus werd gespeeld. Wouter las later eens in een artikel dat het orkest uit krijgsgevangen Duitsers van het Afrikakorps bestond. Er was van alles te doen en te snoepen en natuurlijk ook te eten, wat een feest! Nadat je doorgelicht was en een plunjezak met winterkleren had gevuld keerden we terug naar het schip, een buitengewoon gedenkwaardige dag achter ons latend".

Het enige wat Wout meebracht uit Indonesië waren zijn rapport, een schrift met tekeningen uit de schooltijd, een tekening van hemzelf, een boekje met tekeningen over Ambarawa 9 barak 3 D, een houten snijplankje dat hij gebruikte tijdens het eten en veel indrukken en herinneringen.

Wouter werd van kleding voorzien voor het Nederlandse klimaat.

 

Nederlands identiteitsbewijs uit de Arnhemse periode.

 

In Nederland was er geen goede opvang geregeld. Ze konden voorlopig bij een zus van vader in Arnhem komen wonen. Arnhem was in de oorlog gebombardeerd en er was veel schade.

Wout ging in 1980 terug naar Indonesië om te kijken of hij er zich iets van herinnerde. Hij had vooraf een tekening gemaakt van het gebouw, een soort kostschool met zalen met duizenden mensen. Het gebouw bleek precies te kloppen, de mensen waren er natuurlijk niet meer. Daardoor maakte het op hem geen indruk en schoot hij er niet veel mee op.

Indonesië na de Tweede Wereldoorlog tot de onafhankelijkheid

Voor Nederland stond een terugkeer naar de kolonie Nederlands Indië voorop.
Er ontstond een strijd tussen Indonesiërs en de Nederlandse militaire bezetting en in maart 1946 werden de eerste Nederlandse soldaten naar Indonesië gestuurd. Het Indonesische leger begon een guerrillaoorlog tegen Nederland die duurde tot augustus 1949. Tijdens deze periode waren er twee politionele acties om het Nederlands gezag over bepaalde gebieden te herstellen. De eerste op de eilanden Java en Sumatra van 21 juli tot 5 augustus 1947 en de tweede van 19 december 1948 tot 5 januari 1949. Van Januari 1949 tot augustus 1949 sneuvelden 1.162 Nederlandse soldaten en 46.818 man aan Indonesische zijde.
In Nederland drong deze realiteit door en steeds meer dienstplichtigen weigerden naar Indië te gaan wat hen op fikse gevangenisstraffen kwam te staan.
Na de onafhankelijkheid van de Republiek Indonesië, die uiteindelijk in 1949 werd erkend door de Nederlandse regering, vertrokken de meeste Nederlanders uit Indonesië. Daarmee verwaterde ook de aandacht voor het land, terwijl er van alles aan de gang was.
Kapitein Westerling voerde zuiveringsacties op Zuid Celebes uit en pleegde in 1950 kort na de soevereiniteitsoverdracht een mislukte coupe gericht tegen het bewind van Soekarno.

Passage uit Dari Mana van Pieter Venhuis:

"Wouter van der S., een leeftijdgenootje, kon soms nogal openlijk in de contramine zijn en zonderde zich dan nogal af van ons, eigenlijk zijn vriendjes. Hij was een meester in het gooien van steentjes, geen wonder, want hij liep de halve dag te oefenen. Met het ene kiezelsteentje wist hij met haast feilloze zekerheid een ander op een meter of vier afstand te raken! Ieder zorgde wel om geen ruzie met hem te krijgen want je voelde je beslist niet erg veilig met zo'n scherpschutter achter je. Maar met knikkeren en getok-lili kon hij vaak op een leuke manier van de partij zijn en liet hij zijn balsturige pantser vallen"
Wouter en Pieter zijn vrienden voor het leven gebleven en ontmoeten elkaar nog steeds..

Het is opvallend dat overlevenden van gevangenen- en concentratiekampen soms een bijzondere hoge leeftijd konden bereiken ondanks al de geleden beproevingen.

Hier is een wetenschappelijk onderzoek naar gedaan door de Universiteit van Leiden en door de Universiteit van Haifa. Tot verbazing bleken overlevenden van de Holocaust gemiddeld langer te leven. 

Het feit dat Wouter in zijn kamptijd met al die duizenden mensen op een kluitje zat, verklaart wel waarom hij graag alleen is. Zo werken die zaken dus.

 

Studietijd in Nederland (1946 1969)

Na aankomst in Arnhem volgde Wouter een soort zesde klas die iets beter was dan in Bandung. Door de koude winter van 1946 en gebrek aan kolen voor de kachel zat hij iedere dag een paar uur in winterjas in de banken. Daarna kreeg hij ijsvrij. In Arnhem kreeg hij een gunstig overgangsrapport zodat hij in Rotterdam naar de Overbruggings H.B.S. kon.

In 1947 vertrok de familie Van der Schaar naar Rotterdam waar Wouters vader geneesheer-directeur van het Coolsingelziekenhuis werd met als opdracht het opzetten van een afdeling Psychiatrie. Die afdeling kwam er in 1951. Van meet af aan betrok hij hierbij enkele klinisch psychologen. Zijn vader was tevens docent aan het in 1951 gestarte Klinisch Hoger Onderwijs Rotterdam. Hij was nauw betrokken bij de planning en bouw van het Dijkzigt ziekenhuis waar hij in 1956 geneesheer-directeur werd.

Alle kinderen die uit Indonesië terug kwamen waren zeer leergierig na jarenlang geen onderwijs te hebben gehad. Zo ook Wouter hij vloog door de lesstof en was blij dat hij weer een regelmatige daginvulling had.

Overbruggings H.B.S. Rotterdam Gravendijkwal

 

Overbruggings H.B.S.

Deze middelbare school werd bezocht door kinderen uit Indië, die een schoolachterstand hadden opgelopen als gevolg van de oorlog en de daarop volgende onafhankelijkheidsstrijd. Kinderen uit dezelfde klas konden één tot drie jaar in leeftijd verschillen. Er waren kinderen, die bij het einde van de oorlog in augustus 1945 direct naar school konden. Anderen zaten tot medio 1947 in een interneringskamp van de Indonesische Republiek.

Overbruggings H.B.S. Rotterdam 1948.
Wouter zit tweede van links met het potlood in zijn hand.

 

Wouter volgde één jaar de overbruggings-HBS en stroomde in 1949 bij de tweede klas van het Gymnasium. 

 

Erasmiaans Gymnasium Wytemaweg 25 Rotterdam

 

1957 ontgroening universiteit

 

Kan een aap kunst maken?

Onderzoek 1966 Wouter van der Schaar in Artis Amsterdam.

Niet lukraak krassen

Terug naar Artis. In 1959 herhaalde bioloog Martin Kooij bij de 2-jarige chimpansee Flup een interessant experiment. Hij liet de aap tekenen op velletjes papier waarop de onderzoeker tevoren een vierkantje of iets anders had gezet. Flup ging niet lukraak krassen maar liet zich duidelijk door deze figuurtjes leiden. Een paar jaar later herhaalde Wouter van de Schaar deze proef bij de 4-jarige chimpansee Hilda onder auspiciën van Adriaan Kortlandt, een pionier op het gebied van ethologie.

Het is dus evident dat mensapen krabbels maken. In tegenstelling tot andere dieren zoals olifanten en dolfijnen die hetzelfde presteren, gaat het niet om een kunstje dat hen met een beloningssysteem wordt aangeleerd, maar om spontaan gedrag. De kritiek dat dit gebeurt tijdens onnatuurlijke omstandigheden is niet geheel terecht. Ook kinderen zijn immers afhankelijk van materiaal dat hen wordt aangereikt; van voor de 19de eeuw bestaan nauwelijks kindertekeningen omdat papier en teken-, c.q. schildermateriaal toen veel te duur was.

 

Wouter van der Schaar met twee chimpansees: de 4-jarige Hilda en de 4 jarige Tilly, Artis, Amsterdam 1965.

 

Onderzoeker Wouter van der Schaar geeft chimpansee Hilda penseel en verf (Artis amsterdam 1966)

 

1966 Amsterdam Artis

 

1966 Artis Amsterdam

    

1966 Artis Amsterdam

 

1966 Artis Amsterdam

 

Proefschrift

In 1994 schreef hij een proefschrift over psychodermatologische aspecten voor chronische huidaandoeningen.

 

1995  Vrijdag 10 maart Verdediging proefschrift.

 

1995 Wouter neemt de bull in ontvangst.

 

Werkzaamheden

Wouter was van 1963 tot zijn pensionering in 1999 werkzaam als medisch psycholoog en psychotherapeut.

Hij begon zijn loopbaan bij de psychiatrische afdeling van het academisch ziekenhuis in Amsterdam.  

1969 afgestudeerd als klinisch psycholoog  in Amsterdam en in dienst bij de psychiatrische afdeling voor dermatologie (huid-) en venerologie (geslachtsziekten). Waar hij zich bezig hield met onderzoek, opleidingen voor medisch studenten en de behandeling van de psychosomatische aspecten van de patiënten met huidziekten.

1977 betrokken bij het opzetten van een afdeling voor patiënten met chronische pijnen, hij bleef er tien jaar werken.

1987 adviseur bij de afdeling gastroenterologie (maag, lever en darm) voor patiënten met overgewicht die geopereerd moesten worden.

1992 - 1999 werkzaam in een privékliniek waar hij groepstherapeut was voor patiënten met overgewicht.

Hij was vele jaren werkzaam als adviseur in het omvangrijke psychologische en psychosomatische probleemgebied en auteur van vele medische-psychologische publicates.

1994 

 

 

 

Specialisatie Post Traumatische Stress Stoornis/syndroom

Sinds 1975 volgde hij studies voor trauma psycholoog en werkte hij in deeltijd bij het Nederlands Instituut voor Psychotraumatologie. Wouter specialiseerde zich in het posttraumatische stress stoornis/syndroom (PTSS).  Een schokkende gebeurtenis heeft een ongelooflijke impact op iemands gevoel, denken en functioneren. Het is normaal als de heftige emoties na verloop van tijd wegebben. Als dat niet gebeurt spreekt men van PTSS, een psychisch ziektebeeld met herbelevingen kan iedereen treffen en belemmert vaker wel dan niet het normaal functioneren in het dagelijks leven. PTSS uit zich met diverse lichamelijke en psychische klachten. Symptomen bij PTSS zijn: Gevoelens van angst, spanning en onrust die na de gebeurtenis zijn begonnen.
De gebeurtenissen voor het ontstaan van PTSS zijn oorlogssituatues, kunnen ongelukken, natuurrampen, berovingen,sexueel geweld enz. zijn.

Homeopaten zonder Grenzen

Wouter werd gevraagd door het bestuur van Homeopaten zonder Grenzen. Hij hield lezingen voor de leden en bezocht buitenlandse locaties waar HzG werkzaam was. Homeopaten zonder Grenzen (HzG) is een stichting die eraan wil bijdragen dat gezondheidszorg binnen het bereik van zoveel mogelijk mensen komt. Zij leiden lokale artsen, therapeuten, verpleegkundigen en community health workers op in de homeopathie in landen waar gezondheidszorg schaars is.
Wouter werkt mee om de reguliere gezondheidszorg en de homeopathie tot elkaar te brengen

1994 Oprichting politiepolikliniek

In 1994 heb ik meegeholpen bij de oprichting van de eerste politiepolikliniek in het AMC in Amsterdam . Uit onderzoek van Carlier en Gersons (Carlier,. Lamberts, & Gersons, 1994) was specifieke behandeling van PTSS nog onbekend. Daarna heb ik tot 2016 veel agenten behandeld met PTSS.  
13 feb. 2014 — Uit onderzoek van Berthold Gersons, emeritus hoogleraar.  De posttraumatische stressstoornis (PTSS) is een ernstige psychische aandoening in traumagevoelige beroepsgroepen zoals de politie [Carlier, 1998]. 

1995 Bosnië 

De Bosnische Burgeroorlog (1992-1995) is een van de oorlogen in Joegoslavië die uitbraken als gevolg van het uiteenvallen van de Federatieve Volksrepubliek Joegoslavië. De oorlog begon vlak nadat de meerderheid van de inwoners van Bosnië Herzegovina op 29 februari en 1 maart 1992 tijdens het referendum koos voor onafhankelijkheid.

Na het einde van de oorlog in Bosnië was Wouter ter plaatse in Tuzla om homeopaten op te leiden en uitleg te geven over behandelingen.

 

Bosnië Tuzla

 

Bosnië Tuzla

 

2000 Batam

Februari 2000 werd mij verzocht naar Batam af te reizen om de kaptein en de bemanning bij te staan die door de Indonesische regering gevangen waren genomen c.q. aan de ketting gelegd.

Baggerschip Barent Zanen.

 

 

 

Wouter klautert hier aan boord van de Barent Zanen.

 

Gezelligheid was er ook in de koffiebar van Truus en Nel.

Na hoog diplomatiek overleg is de zandzuiger er stilletjes van door gegaan.  Volgens de krantenberichten 'als een dief in de nacht'. 

 

2004 Tsunamië Thailand

In Thailand werden eerste kerstdag 2004 vooral toeristische gebieden getroffen. Dat betekende dat veel toeristen, ook uit Nederland het leven lieten. In Thailand kwamen 34 van de 36 slachtoffers om. In Phang Nga was de ramp het ergste. Maar ook in Phuket, het eiland KohPhiPhi en de provincie Krabi werden enorm getroffen. 

27 december 2004 werd Wouter 's ochtends gebeld door het Instituut voor Psychotrauma om zich gereed te houden voor mogelijke bijstand in Azië in een gezamenlijke actie van ANWB en Rode Kruis.Enige uren later werd hem gevraagd om 13.45 op Schiphol te zijn voor een retourvlucht Colombo (Sri Lanka) om Nederlanders op te halen die via tour operators Thomas Cook en Tui in Thailand hadden geboekt. Met 2 broeders van Broeder de Vries en 4 personeelsleden van de 2 touroperators op weg in een groot leeg vliegtuig. De 7 stewardessen werden op de heenreis voorbereid op wat ze mochten verwachten aan reacties van getraumatiseerde mensen. Om 24 uur waren ze in Colombo waar 130 mensen instapten. 2 uur stegen ze weer op richting Goa om te tanken en te fourageren. Daarna richting Schiphol, de meeste mensen waren volkomen uitgeput. Toch was er wel een behoorlijk aantal dat hun verhaal kwijt wilde en ook gewond was.
Wouter vertelde ze in het kort welke reacties ze mochten verwachten in het kader van het PTSS verhaal en gaf ze daarbij ook brochres. Na exact 24 uur (14 uur) waren ze terug op Schiphol. Wouter zijn taak was het om de meest getraumatiseerde passagiers van de pers af te schermen. In samenwerking met de marechaussee werden de betreffende passagiers door een onbekende uitgang geloodsd. Daarna 3 uur met de trein naar huis, onderweg kreeg Wouter bericht of hij de volgende dag naar Bangkok kon gaan om de Nederlandse ambassade bij te staan. Om 18.15 vertrok Wouter de volgende dag naar Bangkok. Hij ging daar rechtstreeks naar de Nederlandse ambassadeur Pieter Marres waar hij een korte briefing kreeg van de tsunami ramp en met name m.b.t. de getroffen Nederlanders.

Foto: Wouter van der Schaar. Het zoeken naar vermiste mensen op Puket.

Het personeel is overbelast door vermiste Nederlanders, talloze telefoonnummers en namen, contact met ziekenhuizen, Rampen Indentificatie Teams, Ziekenhuisbezoeken, verdwenen patiënten, patiënten traceren etc. Wouter was ontdekt als traumapsycholoog en was aanspreekpunt voor iedereen. De ambassadeur vroeg aan Wouter of hij zijn diensten kon verlenen in Pukhet, aan de Nederlandse ambassade aldaar.Daar liepen veel Nederlanders te zoeken en behoefden opvang. 3 januari 2005 vertrok Wouter naar Pukhet.

 

2005 Tsunami Srilanka Batticaloa

Met de auto van Colombo naar Batticaloa

In 2005 naar Batticaloa waar een kinderschool was overstroomd met vele verdronken kinderen, zoals de kindertekening hieronder aangeeft.

In een klein bootje (midden tekening) dreven 34 kinderen en 5 volwassenen dagenlang rond. 

Veel knuffelbeesten werden in de boom gehangen als herinnering.

Als gevolg van de Tsunami werd een PTSD congres georganiseerd voor Homeopthische artsen.

Wouter als spreker op het congres.

 

2005 Benin

Homeopaten zonder Grenzen (HzG) heeft van 2005 tot 2017 gewerkt aan een project in Benin.

2005 Oktober. Wouter met de burgemeester.

 

2005  Schipholbrand 

    

Op 27 oktober 2005 ontstond brand in het cellencomplex in Schiphol Oost. 11 gedetineerden kwamen om in de vlammen, 15 mensen waaronder enkele bewakers raakten zwaar gewond.

Wouter gaf verschillende debriefings aan de marechaussee en verleende opvang aan de overige personeelsleden. 

Na enige dagen verlaat hij vermoeid het cellencomplex.

 

2007 Abkhazië, Homeopaten zonder grenzen 

Het ligt aan de oostkust van de Zwarte Zee ten zuiden van de grotere Kaukasus bergen in het noordwesten van Georgië. Het heeft 245.000 inwoners en de hoofdstad is Sukhumi.

 

2007   5,6,en 7 maart


 

 

2009  Golf van Mexico

 

Op 2009 kreeg Wouter bericht om naar Golf van Mexico te gaan om hulp te verlenen aan bemanning van een booreiland dat de bekabeling deed van gas over de zeebodem naar het vaste land.

Door een lek in een van de poten ging het eiland scheef hangen en de bemanning was behoorlijk in paniek.

Na een lijnvlucht naar Houston,  een binnenlandse vlucht naar New Orleans, een busrit van een paar uur en een helicopter vlucht van een uur, kwam Wouter aan op het inmiddels herstelde booreiland en de bemanning in shock. Eigenlijk had Wouter niet in de helicopter gemogen omdat hij geen overlevingstraining bij neerstorten had gehad.

Maar het raampje had de troostende woorden dat ik via het raampje kon ontsnappen! Overigens was de slogan dat iedere hulpverlener binnen 24 u. ter plekke moest zijn. Wouter deed er 23 u en 50 min. over!

2009 Kigali

2009 werd mij gevraagd het Internationale Gerechtshof van den Haag tijdelijk bij te staan bij de verhoren van de slachtoffers van de genocide op de Tutsi's in 1994.

Gerechtshof Kigali

Om tijd en geld te besparen besloot het gerechtshof tijdelijk naar Kigali te gaan i.p.v. alle slechtoffers naar NL te laten komen. Bij die verhoren over verkrachtingen en slachtpartijen moesten de kleinste details boven tafel worden gehaald om een sluitend bewijs tegen de daders rond te krijgen. Als de slachtoffers al een PTSS hadden, werd die verhevigd door de verhoren en was mijn taak dat op te vangen.

Tijdens zijn verblijf in Kigali (2009) voor het Tribinaal, ontmoette Wouter itijdens een ommetje op straat een arme student met een grote acte tas die hem vroeg of hij hem kon helpen bij zijn studie tot onderwijzer.

Gilbert

Deze vraag legde Wouter voor aan Anko Themmen, voormalig tennisser bij Grijze Kopjes en lid van de Rotary in Oude IJsselstreek.

Afstuderen Gilbert.

Die hebben gedurende jaren zijn opleiding verzorgd zodat hij nu een Masters programma heeft gevolgd, aan de Universiteit les geeft en bezig is met zijn promotie. Wouter kreeg 20 oktober 2020 een mail van hem of hij geen last had van Corona.

Bericht 22-10-2020 van Gilbert aan Wouter:

Hello dear Wouter!

It's a good news to hear from you that you are doing well.

Our meeting in Kigali is unforgettable, you played a big role in my education in undergraduate to get my degree, I also remember Anko Themmen.

I am proud of being in pictures of Holland!

The good news is that I am about to finish Masters program (Postgraduate),  I am   doing my thesis, It is about   "Emotional intelligence in education".

 Yours, Gilbert

 

Wouter houdt nog steeds contact met hem.

 

2012  Nikos

 

 

 

 

2017 Werkgroep Kappen Nou.

Wouter aan het filmen tijdens een bijeenkomst van kappen nou.

Werkgroep Kappen Nou wil dat met andere visie naar bomen wordt gekeken

 

 

SILVOLDE - De werkgroep Kappen Nou verzet zich al bijna 2,5  jaar tegen de kap van 901 laanbomen in de gemeente Oude IJsselstreek. Deze week schreven de initiatiefnemers Maria Verheij, Hans van den Hurk, Francis Heebink, Wouter van der Schaar, Dorien Heebink, Anne-Marie Martens een brief aan de gemeenteraad van de gemeente Oude IJsselstreek. 

https://vimeo.com/127548419?ref=fb-share&fbclid=IwAR0mTWR4HQgDa2bAwU5LsrdgkOUEtqixVH_ybtghGDJSUxF_LQRGTrdNAWA

De gemeente heeft in 2017 laten weten, na jarenlang actievoeren van onder meer Kappen Nou, het bomenbeleid voorlopig ‘on hold’ te zetten. 

2019 afscheid van CMTC-OVM

CMTC-OVM is een wereldwijde non-profit patiënten organisatie en heeft als doel de kwaliteit van het leven te verbeteren van mensen die lijden aan vasculaire malformaties (bloedvat afwijkingen), zoals CMTC (‘Van Lohuizen syndroom’), en het stimuleren van wetenschappelijk onderzoek naar deze malformaties.

 

Onze medisch psycholoog Dr. Wouter van der Schaar gaat met pensioen.
Wouter is meer dan 15 jaar actief geweest binnen onze organisatie en met het bereiken van de 85-jarige leeftijd heeft hij besloten nu echt met pensioen te gaan.

Van 1969 tot 2000 was Van der Schaar klinisch psycholoog op de Dermatologische Afdeling van toenmalig Binnen Gasthuis en later in Academisch Medisch Centrum tot aan zijn pensioen. Doelstelling, het verbreden van draagvlak voor-en onderzoek naar, de psychologische factoren die van invloed zijn op het beloop c.q. ontstaan van (chronische) huidziekten. Op dit psycho-dermatologisch terrein volgde ook een promotie. Hij is adviseur van enkele Dermatologische Patiënten Verenigingen. Naast de medische psychologie houdt hij zich ook bezig met de behandeling van Post Traumatische Stress Stoornissen (PTSS) bij slachtoffers in binnen- en buitenland en verder heeft hij 10 jaar gewerkt in de Nederlandse Obesitas Kliniek (NOK) te Hilversum.

Wouter heeft niet alleen diverse presentaties gegeven tijdens onze conferenties maar ook workshops geleid en praktisch alle informatie ontwikkeld voor het psychologiedeel van onze website. Tenslotte heeft hij tijdens onze conferentie in 2018 persoonlijk psychologisch advies gegeven aan patiënten en hun families.

Wij hebben persoonlijk afscheid van hem genomen en een Koningslinde geschonken.

Tennis

Elke maandagmorgen kunt u Wouter vinden op de tennisbaan van LTC De Paasberg met gelijkgestemden van 65+ die op sportieve wijze de week starten en daardoor niet alleen fit blijven, maar hieraan bovenal veel speelplezier beleven.

Wouter en Jan.

Wouter werd clubkampioen van de grijze kopjes in het dubbelspel samen met Jan Hilferink.Verder speelt hij met enkele vaste groepjes door de week een dubbelspel.

Boeken

2013 iI eet dus ik ben

Samenvatting Ik eet dus ik ben

Er is veel belangstelling voor overgewicht. Men geeft vaak hoop dat dit probleem verholpen kan worden zonder veel inspanning. Het tegendeel blijkt waar, omdat mensen regelmatig opgeven of omdat men na enige tijd weer aankomt. Ik eet dus ik ben is geschreven vanuit de ervaring van talloze cliënten die enige jaren een afvalprogramma hebben gevolgd. Het blijkt dat te weinig rekening wordt gehouden met onderliggende en onbewuste psychologische problemen, waardoor men overgewicht kreeg. Als hier geen rekening mee wordt gehouden, zullen veel pogingen om af te vallen falen. Neem daarom dit boek ter hand om een daadwerkelijk verschil te maken.

 

2015 Dat had je gedroomd

Samenvatting Dat Had je gedroomd

Al sinds zijn kindertijd heeft de auteur, Dr Wouter W. van der Schaar, een intensief droomleven. Tijdens zijn psychologiestudie kwam hij erachter dat dit niet bij iedereen het geval was. Hij maakte kennis met het gedachtengoed van Freud en Jung en begon zich af te vragen hoe vaak anderen droomden en waarover. Hij was verbaasd te vernemen hoe verschillend de reacties waren van bijna nooit tot regelmatig. Bovendien viel hem op dat de meeste mensen dromen als negatief ervoeren waar bij hem
het tegenovergestelde het geval was. De doorslag voor het schrijven van dit boek was zijn ervaring met de behandeling van patiënten met posttraumatische stressstoornissen (PTSS). Hun dromen stimuleerden hem om aandacht te schenken aan het belang van dromen.

 

2017 Spiegelneuronen

Samenvatting Spiegelneuronen.

Als psychotherapeut is de auteur Dr. Wouter W. van der Schaar altijd geboeid geweest in de dynamiek van gedachtenprocessen bij patiënten in zijn praktijk. Dit is met name het geval bij relatietherapie waarbij getracht wordt om begrip voor elkaars standpunten op te brengen. Nu blijkt dat we speciale zenuwcellen hebben in ons brein, spiegelneuronen, waardoor wij andermans gedrag kunnen begrijpen. We kunnen als het ware in de huid van een ander kruipen. Bij het waarnemen van emoties bij een ander worden dezelfde cellen in de hersenen geactiveerd alsof wij zelf die emoties beleven. Maar spiegelneuronen spelen ook een rol op talrijke andere gebieden als taalverwerving, cultuuroverdracht, altruïsme, empathie om er enkele te noemen. Merkwaardig genoeg hebben we de ontdekking van de spiegelneuronen te danken aan de makaken. Tijdens een experiment reageerden de bewegingsneuronen van makaken op de bewegingen van een mens als die dezelfde beweging maakte als de makaak. Het ging hierbij om de observatie van het pakken van een pinda door de experimentator. Men bedacht toen de term spiegelneuronen hiervoor en nog steeds wordt er onderzoek verricht naar de reikwijdte van dit type neuron.

 

2019 Voltooid of onvoltooid leven

Samenvatting Voltooid of onvoltooid leven?

De laatste tijd is een politiek debat gaande over gezonde ­ouderen die hun leven voltooid vinden en in aanmerking ­willen komen voor euthanasie. Zij lijden onder eenzaamheid en ­vinden hun leven zinloos. Vanuit een medisch psycholo­gische invalshoek tracht de auteur een antwoord te formuleren hoe anders om te gaan met dit probleem dan een legale manier aan te reiken om te sterven. Hij doet dit door veranderingen aan te bevelen in de psychosociale omstandigheden waarin deze ouderen verkeren. Deels hebben deze veranderingen hun nut reeds bewezen en deels zijn ze nog in een experimentele fase.

 

 

 

Een woord van dank zou ik willen uitspreken aan: Stef Ketelaar die mijn tekst heeft nagelezen en gecorrigeerd.

Bronnen:

Joop Al – Ambarawa, Bandoengan en de Belg Refuge, 1994, pg 254, 282-290.

Tentoonstelling Bronbeek: Gevangen in beeld Changi 2018/2019.

Voltooid of onvoltooid leven? Wouter w. van der Schaar 2019

Magazine Talkies februari/maart 2006.

Nederlands Tijdschrift Geneeskunde 1985; 129: nr. 32.

Dagboek Dari Mana van Pieter Venhuis.

Het Nederlands Instituut voor Militaire Historie.

NIOD Instituut voor Oorlogs-, Holocaust- en Genocidestudies.

De Indische Courant 12-07-1934.

Diverse foto's van internet

Delpher

Stichting Homeopaten zonder grenzen

Kijk op krabbels, Ignace Schretlen. 

Door te vertellen zie je de richting, Leo Traas en Peter van Tuijl

 

Wouter woont in Silvolde:

Dr. Wouter van der Schaar
Medisch psycholoog
Rabelingstraat 16
7064 KG Silvolde
T   0315 2988 54
M  06 2955 7852
E  woutervanderschaar@hotmail.com
 

 

     

 

      

 

 


 



 

SilvoldePediA
Ulftseweg 26
7064 BD Silvolde
tel. 0315-342600 of 06-2300 3204
E-mail: robbiew52@gmail.com